Rekenen aan reacties is het onderdeel waar de meeste punten liggen — en waar de meeste punten verloren gaan. Het goede nieuws: bijna elke opgave volgt hetzelfde stramien.
- Stap 1: schrijf de reactievergelijking op en maak hem kloppend.
- Stap 2: reken wat je hebt om naar mol (via massa en molmassa, of via volume en concentratie).
- Stap 3: gebruik de molverhouding uit de reactievergelijking om naar de gevraagde stof te gaan.
- Stap 4: reken van mol terug naar wat gevraagd wordt: gram, liter of concentratie.
Verreweg de meeste fouten ontstaan in stap 1 en stap 3. Een reactievergelijking die niet klopt maakt elke berekening daarna zinloos, en een omgekeerde molverhouding levert een antwoord op dat er plausibel uitziet maar fout is.
Krijg je hoeveelheden van twéé beginstoffen, dan is dat vrijwel altijd een overmaat-opgave. Reken voor beide stoffen uit hoeveel product ze zouden opleveren; de kleinste uitkomst is het antwoord, want die stof is op het eerst.
Oefen dit stappenplan tot het automatisch gaat. Dan houd je tijdens de toets tijd en aandacht over voor de opgaven die echt om nadenken vragen.