7 februari 2026
Statistiek: Werken met de Effectgrootte
Statistiek effectgrootte berekenen: wanneer is verschil groot, gemiddeld of gering? Stap-voor-stap uitleg met standaardafwijking en steekproefgemiddelden.
Stefan
StefanOp het formuleblad van je examen wiskunde A staan zes methodes waarmee je een uitspraak kunt doen over het verschil tussen twee groepen. De kruistabel met phi (φ) is er daar één van, en hij komt regelmatig terug op het eindexamen. In dit artikel leggen we stap voor stap uit wat een kruistabel is, hoe je hem invult, en hoe je met de phi-formule bepaalt of een verschil groot, middelmatig of gering is. Aan het eind werken we een volledige voorbeeldopgave uit, precies zoals je die op je examen tegenkomt.
Een kruistabel (ook wel 2×2 tabel) is een overzichtelijke manier om een groep mensen of objecten op twee verschillende manieren in tweeën te splitsen. Je maakt daarbij gebruik van twee nominale variabelen. Dat zijn variabelen die je in categorieën indeelt zonder rangorde. Denk aan jongens/meisjes, geslaagd/gezakt, of voor/tegen.
Door deze twee splitsingen te combineren krijg je vier groepen. Elke groep levert één getal op, en samen vormen die vier getallen jouw kruistabel:
| Groep A | Groep B | |
|---|---|---|
| Eigenschap 1 | a | b |
| Eigenschap 2 | c | d |
De letters a, b, c en d zijn altijd absolute aantallen, en dus geen percentages of verhoudingen. Met deze vier getallen kun je vervolgens de phi-coëfficiënt (φ) berekenen.
De phi-coëfficiënt bereken je met de volgende formule, die ook op je formuleblad staat:
De uitkomst van φ is een getal dat (in theorie) tussen −1 en 1 ligt. Hoe verder de waarde van nul af ligt, hoe groter het verschil tussen de twee groepen. Het invullen van deze formule is in feite een substitutieopgave: je vervangt de letters door de getallen uit je kruistabel en rekent stap voor stap uit.
Op het formuleblad staan vuistregels waarmee je de uitkomst van φ interpreteert:
Let op: de grenzen −0,4 en 0,4 vallen bij middelmatig, niet bij groot. En −0,2 en 0,2 vallen bij gering. Dit is een veelgemaakte fout op het examen, dus bestudeer de ≤ en < tekens op je formuleblad goed!
Op het formuleblad van wiskunde A staan zes methodes om een verschil tussen twee groepen te meten. Het is belangrijk dat je weet wanneer je welke methode kiest. De kruistabel met phi is de juiste keuze wanneer aan deze twee voorwaarden wordt voldaan:
Ten eerste: je hebt twee nominale variabelen. Dat zijn variabelen die je kunt indelen in categorieën zonder volgorde, zoals geslacht (jongen/meisje), voorkeur (A/B), of uitkomst (wel/niet).
Ten tweede: je kunt beide variabelen in precies twee groepen splitsen, zodat je een 2×2 tabel krijgt.
Heb je in plaats daarvan gegevens met gemiddelden en standaardafwijkingen? Dan gebruik je de effectgrootte. Heb je twee groepen met ordinale gegevens en meer dan twee categorieën? Dan kijk je naar het maximaal verschil in cumulatief percentage (max Vcp) of vergelijk je boxplots.
Hieronder werken we een volledige voorbeeldopgave uit. We doen dit stap voor stap, precies zoals je dat op je examen ook zou doen.
Alle havoleerlingen van een middelbare school gaan samen op excursie. Er werd gestemd tussen twee opties: het Mediapark in Hilversum of het Rijksmuseum in Amsterdam. Op de havo van deze school zitten in totaal 410 jongens en 445 meisjes. Van de jongens stemden er 236 voor het Mediapark, en van de meisjes stemden er 160 voor het Mediapark.
Vraag: bereken of er tussen de jongens en de meisjes een groot, middelmatig of gering verschil is.
De strategie bij een kruistabel-opdracht is altijd hetzelfde: je splitst je totale groep op twee verschillende manieren in tweeën. In dit geval zijn de twee splitsingen:
De eerste splitsing is geslacht: jongens en meisjes. De tweede splitsing is stemkeuze: Mediapark en Rijksmuseum.
De splitsing jongen/meisje is al gegeven. We moeten nu de stemkeuze per groep uitrekenen. Omdat 236 van de 410 jongens voor het Mediapark kozen, wilden 410 − 236 = 174 jongens naar het Rijksmuseum. Voor de meisjes geldt: 445 − 160 = 285 meisjes wilden naar het Rijksmuseum.
Nu vullen we de vier getallen in de kruistabel in. Een handig geheugensteuntje: denk aan “A, B, Ja, Nee”. Je ziet dan direct dat de twee splitsingen los van elkaar staan. In plaats van A en B gebruiken we jongens en meisjes, en voor Ja/Nee gebruiken we Rijksmuseum/Mediapark. Het maakt niet uit welke splitsing je waar neerzet, want je eindantwoord voor φ is hetzelfde.
| Jongens (A) | Meisjes (B) | |
|---|---|---|
| Rijksmuseum (Ja) | (a =) 174 | (b =) 285 |
| Mediapark (Nee) | (c =) 236 | (d =) 160 |
We vullen de getallen in de formule in:
We vergelijken deze uitkomst met de vuistregels. Omdat −0,4 ≤ −0,216 < −0,2 geldt: het verschil is middelmatig.
Conclusie: Het verschil in stemgedrag tussen jongens en meisjes is middelmatig, met φ ≈ −0,22.
Controleer op je GR: Je kunt de berekening van φ eenvoudig controleren op je grafische rekenmachine. Vul de hele formule in één keer in en let daarbij extra goed op de haakjes. Rond pas af in je eindantwoord, niet tussendoor.
Bij het nakijken van toetsen en examens zien we steeds dezelfde fouten terugkomen. Hier zijn de vijf meest voorkomende, en hoe je ze voorkomt.
1. Percentages in plaats van aantallen invullen. De getallen a, b, c en d in de kruistabel moeten altijd absolute aantallen zijn. Geeft de opgave percentages? Reken deze dan eerst om naar aantallen.
2. Tussentijds afronden. Rond pas af in je uiteindelijke antwoord. Als je tussenstappen afrondt, kan je eindantwoord net aan de verkeerde kant van een vuistregelgrens uitkomen, waardoor je de verkeerde conclusie trekt.
3. Haakjes vergeten bij het invullen op de rekenmachine. De noemer van de phi-formule bevat vier factoren die elk tussen haakjes staan. Vergeet je er één, dan komt er een compleet ander getal uit. Tip: typ de formule in je GR precies zo over als hij op het formuleblad staat.
4. De vuistregels verkeerd aflezen. Let op: φ = −0,4 valt bij middelmatig (niet bij groot), en φ = 0,2 valt bij gering (niet bij middelmatig). Kijk goed naar de ≤ en < tekens.
5. Geen conclusie formuleren. Het berekenen van φ is niet het eindantwoord. Je moet altijd een conclusie schrijven in woorden, zoals: “Het verschil is middelmatig.” Vergeet dit niet, want hier worden punten voor gegeven.
Gebruik dit stappenplan als checklist bij iedere kruistabel-opgave op je examen:
Wil je ook andere onderwerpen van het formuleblad oefenen? Lees dan onze uitleg over de effectgrootte, oefen je substitutievaardigheden, of bekijk onze artikelen over lineaire verbanden en exponentiële verbanden.
Hulp nodig bij statistiek? Bij Bijles Bèta helpen onze wiskundedocenten je met alle onderwerpen van het formuleblad, van kruistabellen tot betrouwbaarheidsintervallen. Bekijk onze examentraining voor wiskunde in Groningen.
7 februari 2026
Statistiek effectgrootte berekenen: wanneer is verschil groot, gemiddeld of gering? Stap-voor-stap uitleg met standaardafwijking en steekproefgemiddelden.
Stefan7 februari 2026
Substitutie wiskunde uitgelegd: variabelen vrijmaken en vervangen in formules. Van simpele voorbeelden tot vliegtuigberekeningen uit het eindexamen.
Stefan18 december 2025
Lineaire verbanden Havo uitgelegd: y=ax+b met inzichtsvragen uit eindexamen 2023. Leer hellingsgetal en startgetal berekenen met praktische voorbeelden.
StefanStaat je vraag er niet tussen? Neem contact op!
Ja! Wij hebben vrijwel altijd docenten beschikbaar die op de korte termijn bijles kunnen geven in de Bèta vakken aan huis in Groningen. In drukke periodes laten we tijdig weten op welk termijn we docenten beschikbaar hebben.
Dat kan zeker! Er valt vrijwel altijd iets te regelen. Leerlingen die buiten de stad wonen spreken vaak af met onze docenten op openbare locaties zoals het forum of de middelbare school. Mocht de afstand te doen zijn per fiets, dan rekenen wij vaak een reiskostenvergoeding van 5 euro per les, die rechtstreeks naar de docent gaat.
Na de bijlessen sturen wij een factuur. Dit doen wij iedere maand. Je kan het factuur in de eerste twee week van de volgende maand verwachten. Deze is gemakkelijk online te betalen.
Dat kan zeker! Onze topdocenten zijn zeer flexibel, door hun brede kennis kunnen we ons makkelijk aanpassen aan jouw bijlesvraag. Al onze docenten zijn student aan de Faculty of Science & Engineering van de Rijksuniversiteit Groningen.
Geef dat minstens 24 uur van te voren aan! Bij ons geldt dat de bijles tot 24 uur van tevoren mag worden afgezegd. Hierna zijn wij genoodzaakt de bijles te verrekenen.
Dat doen we zeker! We geven dit jaar examentraining voor het vak wiskunde. Voor alle andere vakken kunnen onze docenten je perfect voorbereiden op je examen via onze bijles.
Wij waarderen je privacy
Wij gebruiken cookies om je surfervaring te verbeteren en ons verkeer te analyseren. Door op "Alles accepteren" te klikken, stem je in met ons gebruik van cookies. Privacybeleid